Veelgestelde vragen

Heb je een vraag bij een van onze Zwijsen-methoden, of een vraag over je bestelling, of nog, hoe je klaspop Jules een wasbeurt geeft? Wees gerust, het zijn vragen die we wel vaker krijgen.

Hieronder vind je een lijst van de top 10 meestgestelde vragen die we ook al meteen van het antwoord hebben voorzien.

  1. Via www.licentieregie.be maak je eerst een account aan op naam van de school. Zoek je school op via de postcode en vul je gegevens in. Je ontvangt via mail een tijdelijk wachtwoord waarmee je voor de eerste keer kan inloggen. Verander je tijdelijk wachtwoord naar een persoonlijk gekozen wachtwoord. Eenmaal ingelogd kan je via ‘methode kiezen’ de software aanvinken waarvoor je een vaste of een proeflicentie wil aanvragen. Plaats alles in het winkelmandje en rond je bestelling af.

    Je ontvangt een bevestigingsmail. Vergeet niet de ‘algemene voorwaarden’ te accepteren om de software te activeren. Je kan dadelijk met de software aan de slag via www.leerkrachtmodule.be Je kan de handleidingen voor leerkracht en beheerder online raadplegen om je wegwijs te maken.

     

  2. Er is niet specifiek rekening gehouden met bepaalde woordenlijsten die in de kernen van Veilig leren lezen aan bod komen. We trachten een zo rijk mogelijk aanbod te bieden met heel veel kansen om de nieuwe woorden te oefenen en te herhalen. Wel hanteren we daarvoor de volgende woordenschatopbouw:

    (1) oriënteren op bekende en nieuwe woorden,
    (2) betekenis geven aan nieuwe woorden en inoefenen in verschillende situaties,
    (3) oefenen en herhalen in een betekenisvolle context,
    (4) observeren welke woorden de kinderen beheersen.

    Deze opbouw zal zeker ook toegepast worden in het eerste leerjaar.

  3. Het hoekenwerk kan ingebouwd worden als contractwerk. Eventueel kan Verlengde Instructie (ster of zon) ook in een contractwerk ingebouwd worden. Die informatie vind je terug bij 'Tips en verdieping'

  4. Je kan de Jules-pop best wassen in een kussensloop, zonder kleding. Was ze op 30o. Niet bleken. Niet droogreinigen. Niet strijken. Niet trommeldrogen.

  5. De oude en nieuwe verhalen zitten verspreid over de drie themamappen of themapakketten. Dat heeft te maken met de thema's die soms seizoensgebonden zijn. Zo zit Jules en de mijter van de Sint standaard in themapakket 1, omdat Sinterklaas in december wordt gevierd. Jules zoekt paaseitjes zit dan weer in themapakket 2, het pakket waarmee je rond de lente en Pasen werkt. Kijk op deze website ook onder Zo werkt het om te zien welke thema's in welke seizoenen het best worden ingezet. Dat is overigens een richtlijn, geen must. In het overzicht op deze pagina vind je ook welke verhalen bij welk thema horen.

  6. Bij Anker Start van Dag Loeloe! werden iets meer voorleesverhaaltjes voorzien dan in de andere ankers. Dit anker telt dus 21 voorleesverhalen in plaats van 15. De andere ankers tellen allemaal hetzelfde aantal voorleesverhalen, namelijk 15.
  7. Ja. Regelmatig staat in de lesbeschrijving dat wanneer je merkt dat kinderen moeite hebben met het correct en/of vlot herkennen van de letters, je hier in de verlengde instructie of begeleide verwerking aandacht aan moet besteden. Bij dat lesonderdeel staan dan bijvoorbeeld flitsoefeningen met de letterkaartjes beschreven. In de nieuwe software zijn ook oefeningen opgenomen voor het automatiseren van de letterkennis.
  8. Het uitproberen van de methode was vooral gericht op twee punten. In de eerste plaats een verschuiving in de methodiek: Wat is het effect van het vervroegen van de elementaire leeshandeling met die letters, die uitdrukkelijk zijn behandeld?

    Overtuigend blijkt dat de leerlingen door deze verschuiving sneller meer woorden kunnen lezen. Een belangrijke voorwaarde is echter dat de herkenning van de letters (grafemen) zo intensief wordt geoefend, dat de koppelingen tussen grafemen en fonemen automatisch verlopen. Dit blijkt voor vrijwel alle kinderen haalbaar te zijn. De leeswoordenschat wordt door deze werkwijze sneller uitgebreid. Voor goede leerlingen is dat geen probleem, maar bij zwakke leerlingen kan dit aanleiding geven tot spellend lezen indien de woordherkenning niet intensief wordt geoefend. Dat probleem kan je opsporen meer met behulp van wisselrijen. Door deze werkwijze komt men de zwakke lezers eerder op het spoor, waardoor de kans op later optredende uitval wordt beperkt.

    In de tweede plaats is nagegaan welke vormen van differentiatie met het nieuwe materiaal in de praktijk haalbaar zijn. In de eerste weken is maar een zeer beperkte mate van differentiatie mogelijk. In die weken wordt vooral veel aandacht besteed aan het realiseren van de voorwaarden voor differentiatie. Zo moeten de kinderen allerlei materialen leren kennen en moeten ze leren om een wat langere periode zelfstandig te werken. In de tweede plaats is nagegaan welke vormen van differentiatie met het nieuwe materiaal in de praktijk haalbaar zijn. In de eerste weken is maar een zeer beperkte mate van differentiatie mogelijk. In die weken wordt vooral veel aandacht besteed aan het realiseren van de voorwaarden voor differentiatie. Zo moeten de kinderen allerlei materialen leren kennen en moeten ze leren om een wat langere periode zelfstandig te werken.

    Na de tweede of de derde week blijken de meeste leerkrachten in staat te zijn te werken met flexibele groepjes (verlengde instructie, raket- en zonmaterialen). Er treden echter duidelijke verschillen op in de mate waarin gedifferentieerd wordt en de wijze waarop dit gebeurt. Dit is afhankelijk van een aantal factoren die van klas tot klas verschillen. Veilig leren lezen schrijft geen vorm van differentiatie voor, maar maakt een verantwoorde keuze mogelijk. Veilig leren lezen streeft een convergente differentiatie na: gelijke hoge doelen voor alle leerlingen.
  9. Het digitaal schoolbord is in België enorm in opmars. Om de mogelijkheden van deze borden ten volle te benutten is er digibordsoftware ontwikkeld, de Leerkrachtassistent, bij de methoden Veilig leren lezen en Estafette nieuw, maar ook bij de rekenmethode zWISo.
  10. We adviseren om kinderen na kern 2 niet meer in de zongroep in te delen. De zonmaterialen hebben namelijk een eigen opbouw door de kernen heen; halverwege instappen is niet wenselijk. De kinderen die zich snel ontwikkelen, zijn het meest gebaat bij het gebruik van de raketmaterialen, die een grotere uitdaging bieden, maar er tevens voor zorgen dat er geen gaten in de leesontwikkeling vallen.

Geen antwoord op jouw vraag?

Leg je vraag dan voor aan onze klantendienst via onderstaand formulier. Onze medewerkers dienen je zo snel als mogelijk van antwoord.

Contacteer ons